|
Jezus leeft!
De discipelen zeiden: ‘De Heere is waarlijk opgestaan....' Lukas 24:34a.
De Heere is waarlijk opgestaan! Dat is de boodschap van Pasen, kort en krachtig. Een rijke en blijde boodschap is het die de Emmaüsgangers hoorden uit de mond van de discipelen. Maar waarom zien we dan zo weinig blijdschap op die eerste paasmorgen? Omdat de vrouwen en de discipelen niet leefden bij wat de Heere Jezus zelf had gezegd. Namelijk dat Hij op de derde dag weer zou opstaan. Daarom verkeerden zij in droefheid en gemis.
Overpriesters
De Overpriesters en Farizeeën hadden er overigens wel aan gedacht. Ze hadden Pilatus om maatregelen gevraagd. Zo werd de steen verzegeld en het graf bewaakt. Heeft dit het wonder van Pasen niet nog groter gemaakt? ‘Geen graf hield Davids Zoon omkneld, Hij overwon die sterke Held…' Want zie, de aarde beefde, de hemel scheurde open, een engel daalde neer en de steen is afgewenteld. En uit de grafspelonk is Hij verrezen, Wiens handen en voeten waren doorboord.
Hoe belangrijk is het dat Hij leeft! Anders, zegt Paulus in 1 Kor. 15, was de prediking ijdel (vergeefs) geweest en ook het geloof. Nu dus niet. Nu zal het Woord kracht doen en is er juist in de weg van het geloof vergeving der zonden en eeuwig leven. Zondaren mogen moed scheppen tot hun behoud, omdat we een levende Heiland hebben! Hoe erg dat toen reeds een leugen is verbreid om de opstanding te ontkennen. De soldaten van de wacht moesten zeggen: ‘Zijn discipelen zijn des nachts gekomen, en hebben Hem gestolen als wij sliepen.'
Onbegrijpelijk
Ook vandaag komen we de ontkenning van de opstanding tegen. Niet alleen in de wereld, maar zelfs in de kerk. Want de boodschap van Zijn opstanding is zo onbegrijpelijk. Ons verstand bevat dit niet. Maar…, moet dan de opstanding van de Heere Jezus vallen voor ons verstand? Laat liever ons verstand vallen voor de opgestane Heiland! Trouwens, aan hoe velen is Hij niet verschenen, die Hem met eigen ogen hebben gezien: verschillende vrouwen, discipelen, meer dan 500 broeders in één keer, ook Simon, zoals na onze tekstwoorden volgt. En dan het getuigenis van Gods Woord: Waarlijk opgestaan!
Waarlijk opgestaan Waarlijk. Werkelijk. Het is echt zo. Waarlijk! In het Grieks staat dat zelfs voorop. Daar ligt het accent op. Opgestaan is de Heere. Het is enkel tot onze schade dat niet te geloven. Daarom, laat u niet meesleuren in twijfel en ongeloof. Maar zeg juist in dagen dat u geschud en geslingerd wordt, als u twijfelt en wordt aangevochten: Waarlijk, Hij leeft, Hij is Overwinnaar. Aan Gods recht heeft Hij voldaan, de schuld is betaald, de zonde verzoend, de dood overwonnen. De Heere is waarlijk opgestaan. Ook opgewekt, als het amen van de Vader op het werk van Zijn Zoon. Niet voor niets wordt Hij hier ook Heere genoemd. Machthebber, ook over dood en graf. Bij de Heere zijn uitkomsten ook tegen de dood. Wat een zegen voor Zijn Kerk, voor ieder die in Hem gelooft. Die heeft uitzicht over dood en graf en zal eeuwig bij Hem zijn.
Verwacht het van Hem
Verwacht het toch van Hem. Hij maakt Zijn woord waar. Hij onderwijst Zijn kinderen. Hij brengt ze weer op hun plaats als ze dwaalden. Zoals de vrouwen met Pasen en ook de Emmaüsgangers. Zij kregen te horen: ‘O, onverstandigen en tragen van hart, om niet te geloven al hetgeen de profeten gesproken hebben.' Doch Hij opende ook hun ogen, dat zij Hem kenden. De Opgestane zocht, als de Goede Herder de Zijnen op. Jazeker, ook een Simon. Juist hij als eerste van de discipelen. Hij zal het hard nodig gehad hebben na die vreselijke verloochening. Hoe bitter heeft hij geweend en wellicht gevreesd of dit ooit nog goed kon komen. Maar zie daar de Goede Herder, de Levende, die Simon niet losliet, maar juist opzocht. De Heere is waarlijk opgestaan. Wat doen wij met deze rijke boodschap? We gaan er toch niet aan voorbij? Val Hem toch nederig te voet om van Hem Zijn wegen te leren.
Hij leeft… En u die God zoekt, in al uw zielsverdriet, verwacht het van de Vorst van Pasen, de Levensvorst. Hij weet wel raad met al uw zonden. In Zijn opstanding laat Hij anderen delen, in een weg van wedergeboorte en bekering. Hij heeft het Zelf gezegd: ‘Want Ik leef, en gij zult leven.' Een leven dat openbaar komt in een droefheid over de zonde, in een strijden tegen de zonde en in een hartelijke blijdschap in God, door Christus. En in dagen van twijfel, als uw geloof wordt aangevochten, misschien wel in het aangezicht van de dood, zeg maar tegen uzelf, en herhaal het maar: ‘De Heere is waarlijk opgestaan.' Met Luther: Vivit, vivit. Hij leeft, Hij leeft!
Mijn hart roept uit tot God, Die leeft, en aan mijn ziel het leven geeft. (Ps. 84:1)
Ds. G. de Greef, IJsselmuiden
|