Het Rütter-orgel

Het huidige orgel in de Plantagekerk werd gebouwd door de Duitse Orgelbouwer Wilhelm Rütter uit Kevelaer, nadat twee eerder gekochte tweedehands orgels niet goed waren bevallen. Het mechanische orgel werd opgeleverd eind december 1881 voor de prijs van 3400 gulden en op 7 januari 1882 werd het officieel in gebruik genomen.

Het instrument stond oorspronkelijk opgesteld op een galerij aan de straatkant.
In 1912 werd het orgel, in verband met een verbouwing aan het kerkgebouw, door de firma Standaart uit Schiedam overgeplaatst naar de andere zijde van de kerk.

Tijdens een revisie in 1923 verving G. van der Kley-Kerkorgelbouwer uit Rotterdam de beide tongwerken en de Fluit Harmoniek 4' door ander gebruikt pijpwerk. De geplaatste tongwerken komen vermoedelijk uit het Mitterreither-orgel (1775) van de vm. Doopsgezinde Kerk te Rotterdam. (Van der Kley plaatste daar in 1921 een nieuw binnenwerk in de oude kas.) De gebruikte Trompet is dan afkomstig van J. Bätz & Co. (1848) en de Hobo van Steenkuijl (1896).
In 1931 werd een electrische windmotor geplaatst door Kerkorgelfabriek Valckx & Van Kouteren te Rotterdam.

In 1941 werd het instrument door de firma Bernard Pels & Zn uit Alkmaar gerestaureerd. De heer W.A. Houtman uit Schiedam was adviseur namens de Landelijk Gereformeerde Adviescommissie. Tijdens deze restauratie werd de Viola di Gamba 8' afgezaagd tot een Quint 2 2/3', de bas van de Cornet werd dichtgeknepen en op de (sinds de bouw in 1881) gereserveerde plek voor een Fagott 16' werd een Octav 4' geplaatst. Op 10 januari 1942 waren de werkzaamheden afgerond.
Na de oorlog werd het orgel onderhouden door Fonteijn Orgelbouw te Rotterdam.

 

 

In 1963 stelde Dirk Jansz. Zwart op verzoek van de gemeente een onderzoek in naar de toestand van het orgel. Op 15 juli publiceerde hij een rapport, waarbij de Orgelmaker Blank uit Utrecht werd aanbevolen. De werkzaamheden van Blank bestonden vrijwel geheel uit een technische restauratie en schoonmaak. Tevens werd de winddruk teruggebracht naar de oorspronkelijke sterkte waardoor het pijpwerk beter ging klinken, er werd een Tremulant toegevoegd en de kas werd van een dak voorzien daar dit sinds de overplaatsing in 1912 ontbrak. Op 5 maart 1966 werd het orgel met een orgelbespeling door de adviseur weer in gebruik genomen. Voornoemde firma had het instrument vervolgens nog geruime tijd in onderhoud. Daarna werd het onderhoud overgenomen door de Gebrs. Vermeulen Kerkorgelbouwers te Weert.

De in 1966 toegevoegde Tremulant heeft waarschijnlijk nooit echt goed gefunctioneerd en werd op een gegeven moment weer verwijderd.
De Quint 2 2/3’ werd eind jaren zeventig door Orgelmaker Hoogenes uit Sprang-Capelle weer hersteld in een Viola di Gamba 8’. Het verlengde pijpmateriaal hiervoor werd geleverd door Orgelpijpenmakerij Steffani uit Herten (Roermond). Daarna was het orgel nog enkele jaren in onderhoud bij Verschueren Orgelbouw te Heythuysen.

Onderhoud en wijziging 2011
Begin 2011 werd duidelijk dat er nodig wat onderhoud gepleegd moest worden aan het orgel. Door verschillende omstandigheden was hier al een aantal jaar niets aan gedaan. Tevens was het de wens van de huidige organisten om de verwijderde Tremulant weer terug te plaatsen en op het Pedaal - in plaats van de later toegevoegde Octav 4' - een Fagott 16’ te plaatsen.
Een aantal orgelbouwers werd uitgenodigd om de toestand van het orgel te bekijken en een offerte uit te brengen voor herstel en een eventuele wijziging in het Pedaal.
Uiteindelijk gaf de kerkenraad op 21 juni 2011 aan Orgelmaker en Restaurateur Nico van Duren te Ravenstein de opdracht om het orgel conform zijn offerte te herstellen en te wijzigen.
In de periode van 30 juni t/m 24 augustus 2011 werd het orgel door voornoemde orgelmaker gereviseerd en gewijzigd.

In grote lijnen werden de volgende werkzaamheden uitgevoerd:
- het pijpwerk werd - waar nodig - hersteld en de intonatie geëgaliseerd in het bestaande timbre;
- de balghoeken van de windlade werden i.v.m. gaatjes en scheurtjes gerepareerd;
- er werd een gebruikte maar geheel gereviseerde Tremulant geplaatst;
- er werd een gebruikte maar geheel gereviseerde Fagott 16’ geplaatst;
- het toetsmechaniek werd bijgeregeld;
- generale stembeurt.

In de week van 7 t/m 12 november 2011 werd in eigen beheer het front schoongemaakt, het houtwerk in de was gezet en op het aanwezige sierwerk opnieuw een laagje goudverf aangebracht.

De huidige dispositie:

Hauptwerk

Neberwerk

Pedal

Bourdon

16'

Flûte Harmonique

8'

Subbass

16'

Principal

8'

Salicional

8'

Octavbass

8'

Hohflöte

8'

Viola di Gamba

8'

Fagott

16'

Octave

4'

Flûte Harmonique

4'

 

 

Octave

2' Picolo Harmonique 2'  

 

Mixtur

3 fach

Hautbois 8' Koppeln und Spielhilfe
Cornett 5 fach / disc.    

Manual-Coppel

Trompete 8' bass.  

 

Pedal-Coppel

Trompete 8' disc. Tremulant
 
 
   

Foto's van het Rütter-orgel

Foto’s van onderhoud en wijziging orgel in 2011

 

 

Bronnen: bij de gegevens is gebruik gemaakt van de websites 'Orgeldatabase', 'Orgels en kerken uit de regio Rijnmond', het maandblad 'De Orgelvriend' (nr. 4-1980 / A. Bijvank) en ontvangen informatie van Drs. B. van Buitenen.